De aansteker                 door  Engelman  

Vanaf Breda had ik de coupť voor mij alleen gehad, maar in Dordrecht kwam er een vrouw tegenover me zitten. Nog voordat de trein verderging, stak ze een sigaret op. Misschien had ik geluk en stapte ze in Rotterdam alweer uit. Ik was hier gaan zitten om aan de drukte van de niet-rokers coupťs te ontsnappen.
De vrouw was een jaar of 35. Ze stond weer op om haar jas uit te doen en legde haar sigaret op het venstertafeltje, met de as boven de gapende asbak. Ze was blijkbaar verzot op glanzend zwart leer: lange jas, minirok, kniehoge laarzen. Hardleers type, stelde ik vast. Terwijl ze weer plaatsnam, viel mijn blik op haar pakje sigaretten en aansteker, die ze op haar kant van het tafeltje had neergelegd. De aansteker was getooid met een zonderlinge afbeelding: een in een zwartleren korset gehulde, breed grijnzende blondine die een lange, kronkelende zweep hanteerde. Toen ik mijn ogen wilde afwenden, liet de blondine de zweep neerdalen. Het was een bewegend plaatje zoals ik ze als kind wel had verzameld.
Ik keek naar buiten. Het was begonnen te schemeren en we staken de Merwede over. Zoals altijd verschafte dat brede gladde oppervlak me een gevoel van verademing en vrijheid.
'Vind je die aansteker mooi?' vroeg de vrouw.
Ik schrok op uit mijn overpeinzing en keek haar aan. Ze had een markant, open gezicht. Uitdrukkingsvolle ogen.
'Hij - hij is wel opvallend,' stamelde ik.
'Is dat een antwoord op mijn vraag?' De vrouw blies korzelig een wolk rook in mijn richting.
'Nee, ik bedoel ja, mooi,' antwoordde ik.
'De aansteker of de vrouw?' Het leek wel een verhoor. Dat beviel me niet, maar toch hoorde ik mezelf zeggen, na enige aarzeling:
'Dat plaatje. Als kind had ikÖ'
'Waarom kom je er niet voor uit?' Haar toon was plotseling vriendelijk. Met haar vrije hand streek ze een wilde bruine lok naar achteren en ze keek me met lieve ogen aan. Meewarig bijna, alsof ik een jongetje was dat nog veel moest leren.
'Waarvoor moet ik uitkomen?' vroeg ik. Het klonk onnozel.
De houding van de vrouw veranderde opnieuw. Ze vond blijkbaar dat deze onzin lang genoeg geduurd had:
'Als we straks in Rotterdam zijn aangekomen, kom je met me mee. Je volgt me op drie meter afstand. En dan zul je wel merken waarvoor je moet uitkomen.'
'Dank u voor het aanbod, maar ik moet naar Leiden,' antwoordde ik. 'Naar een lezing over paleontologie. Ook heel interessant.'
De vrouw glimlachte. Ze had een sensuele mond met vlezige lippen. Ze lachte haar tanden bloot. De lach ging over in een grimas. Haar mond werd die van een springende tijgerin.
Ik keek weer naar buiten, aangeslagen door de conversatie. De troosteloze flatreeksen van Zwijndrecht en Barendrecht trokken aan het oog voorbij. Ik voelde hoe de vrouw me strak bleef aankijken maar vermeed zorgvuldig haar blik. Raar mens, dacht ik, waar haalt ze de brutaliteit vandaan? Gewoon rustig blijven, er kan je niks gebeuren. Intussen bonkte mijn hart in mijn keel.
Terwijl we Rotterdam CS binnenreden, stond ze op en draaide me haar rug toe. Zodoende bood ze me een moeilijk te ontwijken uitzicht op haar begeerlijke billen, zacht glooiende heuvels onder dat strakke glanzende leer. Ik liet mijn blik dwalen over het zichtbare deel van haar in donkere nylons gestoken benen en kreeg vlinders in mijn buik van de glimmende laarzenschachten en de scherpe hoge hakken. Ze trok haar jas aan en liep zonder me nog een blik waardig te keuren naar de uitgang.
De trein kwam met een schok tot stilstand. Mijn hoofd was een slagveld van tegenstrijdige aanvechtingen. Ineens drong tot me door dat de aansteker en de sigaretten nog op het tafeltje lagen. Davidoff light, deed Davidoff dus in meer dan sigaren? Ik griste de spullen van het tafeltje, graaide naar mijn jas en ploeterde door de drukte van de vroege avondspits naar de uitgang, in de richting die de vrouw was gegaan.
Terwijl ik uitstapte, zag ik haar in het roltrapgat verdwijnen. Beneden aangekomen nam ze de richting uitgang Blijdorp. Ik wilde haar snel haar eigendommen overhandigen; met een beetje geluk zou de trein nog even blijven staan. Maar toen ik nog drie meter van de vrouw verwijderd was, hield iets me tegen. Ik vertraagde mijn pas en oriŽnteerde me op haar gestalte en gang. Kalm en sierlijk schreed ze voor me uit. Haar jas wiegde op het ritme van haar benen. Haar hakken klikten op de tegels van de stationsvloer. Ik kon niets anders doen dan volgen. Was dit nu hypnose?
Bij de uitgang sloeg ze linksaf. Na honderd meter haalde ze een sleuteltje uit haar jaszak. Ze opende een donkerblauwe Golf. Ik liep werktuiglijk naar de deur aan de andere kant en stapte in. Ze startte. We reden tien minuten zonder een woord te wisselen; toen parkeerde ze in en stapte ze uit. Ik volgde haar weer op drie meter. We gingen een huis binnen, een trap op, een appartement binnen. Ik betrad een in warme tinten gemeubileerde en gestoffeerde woonkamer.
Ze deed haar jas uit en legde die over een stoel. Pas toen draaide ze zich naar me om. Ze kwam voor me staan en keek me onderzoekend aan, tot ze zei:
'Groet.'
Ik begreep haar niet en trok mijn wenkbrauwen op. Onmiddellijk haalde ze met haar rechterhand uit en had ik twee harde klappen in mijn gezicht te pakken.
'Op je knieŽn!'
Suizebollend, overdonderd ging ik door de knieŽn.
'Kus.'
Ze hield de rug van haar rechterhand voor mijn gezicht. Ik kuste de hand die me net nog zo had geslagen. Het was alsof er een stroomstoot door mijn lippen ging.
'Groet.'
Ze stak haar rechterlaars naar voren. Ik boog me naar de vloer om hem te kussen. Ik kuste de wreef en de schacht, de zool en de hak. De rechterlaars en de linker. Ik rook het leer en ik rook de vrouw. Ik raakte aangenaam bedwelmd.
'Opstaan en uitkleden.'
Maar dat ging te ver. Ik stond op, sloeg mijn armen over elkaar en schudde het hoofd. De vrouw slaakte een diepe zucht en zei toegeeflijk:
'Nou ja, het moet allemaal ook even wennen. Ik zal het je voordoen.'
Ze droeg een bordeauxrode zijden bloes, die ze vliegensvlug losknoopte. Het resultaat benam me de adem. Oogverblindende borsten half verscholen onder een zwartleren korset.
'Maar jij kleedt je natuurlijk helemaal uit.'
De overmacht was te groot. Gedwee ontdeed ik me van mijn kleren.
'Ogen omlaag. Handen naar voren.'
Ik keek naar de grond en bood haar mijn handen aan. Ze boeide ze. Aan mijn arm voerde ze me mee. Ze installeerde zich in een fauteuil en wees me een plek aan haar voeten. Ze boog zich voorover, legde een arm om mijn schouders en draaide met een zacht dwingende hand mijn hoofd naar zich toe. Op centimeters afstand keek ze me diep in de ogen. Haar haren prikkelden mijn wangen. Ik kon me niet herinneren ooit zo'n gevoel van vertrouwen te hebben ervaren. En dat na die bizarre, pijnlijke gebeurtenissen, terwijl ik haar nog geen uur geleden had ontmoet. Ze aaide en monsterde me een poosje. Met de voet dreef ze mijn dijen uit elkaar, lachte en prees:
'Je begint er al aardig voor uit te komen! Tja, paleontologie is ook heel interessant, maar je bent nu eenmaal geen fossiel. Vandaag leer je wat je wel bent.'
Met vaardige vingers deed ze me een halsband om. Het was de inleiding tot de leerzaamste en vruchtbaarste les van mijn leven. De vrouw kastijdde en troostte. Vernederde en verhief. Ze testte, strafte en streelde. Ketende, hoonde en bevrijdde. Ze kneedde en vormde me naar haar wensen en grillen. Ik leerde dat het zo moest zijn. Dat ik mijn wil moest opgeven om haar vrede te ervaren. Toen ze klaar met me was, voelde ik me als herboren. En dankbaar als een hond.
De vrouw was tevreden en schonk me een innige kus.
'Champagne!' riep ze vrolijk. 'En dan ben je voor altijd van Misty.'
Ik dronk en was van Misty. Zielsgelukkig.


Engelman
 

0
9
0
6

6
4
7
7
8
8
8

M
R
S.

M
I
S
T
Y
 

Hoe dichtbij durf jŪj te komen?
 

back to HeXX-page

 

eXTReMe Tracker