Duif

Het is vroeg in de avond. Ik leun op de raampost en kijk naar buiten. Voor mij, rode pannen, puntige daken. Onregelmatig. Het is nog licht. Iets onder mij, op een meter of twee hoog in de boom, een duif. Eerst herken ik hem amper, het lijkt een stukje opgewaaid plastic. Dan ontwaar ik zijn kraaloogjes, die mij doordringend aan kijken. Hij kijkt naar mij, ik kijk naar hem.

Achter mij gerommel. Ik keer me, maar dat is niet wat je wilt. Je duwt me terug en met een blij tevreden gevoel laat ik je me duwen. Ik kijk weer naar buiten, over de rode pannen, puntige daken. Naar het laatste avondlicht en naar de duif, die nog steeds onverstoorbaar naar mij kijkt. Je handen dwalen over mijn vel. Warme, zachte, liefdevolle handen. Ze raken voorzichtig mijn buik. Schok. De duif maakt zijn gelukkig makende warme geluid, ik kijk naar hem en zie zijn strot bewegen.

Hoe kun je veronderstellen dat je niet begeerlijk zou zijn, als je handen kunnen wat ze doen?
Hoe kun je dat veronderstellen als je huid voelt zoals hij voelt? 
Warm, zacht, aanraak-lekker?
Alles en alles aan je heet me welkom. En dat is wat ik me voel; welkom. Nu, nu ik hier sta, voor het raam en de puntig rode daken onregelmatig voor me zie.

 

En straks als ik plakkerig, warm bezweet en uitgewoond, intens tevreden, heel dicht naast je lig. Man!, je bent een wonder en ik ben blij dat ik je mag kennen.

back to HeXX-page