Love Story: deel 2.

We waren docenten.
Jij Nederlands, ik Biologie.
Nooit hebben we het met elkaar kunnen vinden, haaks op elkaar. 
Jij stapte aan het eind van de dag in je autootje, ik op de fiets.
Jij ging in het weekend naar de clubs, ik zat lekker met een biertje in de Jazzbunker.
Jij had al voor jaren dezelfde vriend, ik bleef maar met een paar dozijn vrienden ronddollen, en avant-garde films kijken. Idealistisch gezien was jij bezig met geld verdienen en ik een betere wereld te maken.
Dat spetterede het beste tijdens vergaderingen.
Ik weet dat we elkaar als twee katten die in elkaars territorium komen in de gaten hielden en elkaar lieten struikelen over alles wat we maar konden vinden.
Zo kon jij bij een goed edukatief plan van mij gewoon hardop uitroepen: "Houd je bek, gek".
Of als jij ergens over bezig was kon ik, terwijl ik wist dat je me in de gaten hield, mezelf in m`n kruis grijpen en daarna heel minachtend aan mijn vingers ruiken.

Het vreemde was wel dat nooit, nooit iemand ook maar iets gezegd heeft van die verhouding. Als anderen soms een beetje stroef met elkaar waren, werd er alles aan gedaan om dat weer bij te leggen. Met ons durfde niemand er waarschijnlijk aan te beginnen. En als we echt aan de gang waren, dan bestond er verder niemand, dan werd het even heel erg stil en gingen hoofden heen en weer als bij een tennisthuiswedstrijd.

Onze enige overeenkomst : een giftige tong.

We gaan op kamp en doen allerlei projekten met studenten.`t Is de laatste, vermoeide avond. Ik zit in de keuken met een doosje lucifers te mikadoen en denk over denken.
Studenten zoeken het maar uit, die zitten met z`n allen lekker emotioneel te doen, zoals dat hoort zo`n laatste avond. En de meeste collega`s zitten hun hart op te halen door vadertje te spelen en, in tegenstelling tot thuis, zijn hier mensen die aan hun lippen hangen. God wat is`t gezellig.
Geef mij de keuken maar, radiootje aan en als iemand zin in een spelletje yahtzee heeft, graag.

Jij komt binnenlopen, een fles water halen.
Ik sta op en wil alvast beginnen en zie je ogen vlammen.
Ik doe mijn mond open, maar er komt niets uit.
Dat snap je niet en je stopt drie meter bij me vandaan en kijkt naar me zoals de bezorgde verpleegster kijkt naar de patient die net een beroerte heeft gehad.
En ik kijk, en jij kijkt en we staan te staan en we zeggen niets. Onze ogen raken elkaar en blijven daar en praten doodstil met elkaar. Ze vernauwen zich, ze knipperen slechts zelden, ze verwijden zich, ze staren, ze meten, ze diepen uit en ik verwonder me dat ze niet vechten, maar eerder stijgen tot boven het zegbare.
Soms gaat de deur open, om dan heel zachtjes weer te worden dichtgedaan.

En heel langzaam laten mijn ogen jouw spieren verslappen en jouw ogen de mijne.

Dan zingt Freddie "Ride the wild wind" en we luisteren alletwee, maar onze ogen blijven waar ze zijn. Zodra de muziek is afgelopen draai ik de radio uit, want ik wil geen stem horen. We blijven staan en blijven kijken. De spanning breekt.
Je kijkt naar je fles en weer naar mij. Ik knik en mijn hand wuift je naar het aanrecht.

Je loopt langs me terug : "Sterkte in Kotor"

 

deel 3:

 

Hilly's art: http://www.geocities.com/hilly_67