MOUVEMENT PERPETUEL door: Karel C.

Toen God voor de eerste keer God was geworden was Hij erg moe. Bovendien zat hij met de handen in het haar. Want vanaf dat moment kende en wist Hij ALLES, behalve hoe het nu verder moest. Hij moest er eerst maar eens een nachtje over slapen.

God liet de nieuwe situatie tot zich door dringen. Een mens kan daar geen eeuwen mee bezig blijven. God ook niet. Op een mooie zomerdag stond Hij welgemoed op, rekte zich uit, wreef zich energiek in de handen en vond dat het nu TIJD was. Hij zette zich aan Tafel en at Zijn laatste croissant, genoot van Zijn laatste koffie en jus en nam de laatste ochtendkrant door.

Na de afwas pakte Hij de Mikadostokjes en zette ze met Zijn Hand rechtop. Met weemoed keek Hij er naar. Alles lag besloten in deze Bundel gepunte stokjes, die via een dimensiekronkel ook Hem Zelf omvatte. Hoeveel vreugde en leed, rijkdom en armoe, vrede en oorlog, hoop en wanhoop lag aan dit Alles ten grondslag. Een resultaat dat Hij aan deze Tafel met één enkele Hand omsloot.

Was Dit het Alles wel waard geweest ? Was Dit het, waardoor Hij als ultieme verpersoonlijking van Alles nu eenzaam aan Tafel zat? Had het niet beter gekund, effectiever? Met minder pijn en minder verdriet? Een resultaat waar ook Hij meer van zou kunnen genieten? Hij sloot Zijn ogen en deed een wens. Daarna gooide Hij met één grote Beweging de stokjes op Tafel.

Voor Hem lag een geheel nieuw, open Spel. Een nieuwe oerknal dreunde de ruimtetijd open en de klok begon te lopen. Hij verdween op datzelfde moment en ging krakend op in de kolkende uitbarsting van materie. Het geworpen Spel bepaalde wat er zou gebeuren. Het hoefde alleen nog maar gespeeld te worden. Op basis van Zijn creatieve worp. En een beetje als vervulling van Zijn geheime wens, die als een ongrijpbaar verlangen de woeste ledigheid doortrok.

Tien miljard laar later werd in een verre uithoek een klein sterrenstelsel gevormd, waar vijf miljard jaar later en ver na de dinosauriërs, mensen ontstonden. Zij herkenden God in wat zij zagen: in de natuur, in bomen, rivieren, zeeën en natuurverschijnselen. Zij herkenden God op alle mogelijke manieren en in vele gedaanten. Op basis van de verschillen maakten zij elkaar het leven zuur en vernietigden elkaar op wrede wijze.

Vele jaartjes verder keken zij door hun telescopen naar het vroegste heelal. En merkten dat ze naar hun eigenste ei keken. Lang voordat er sprake was van hun sterrenstelsel, hun zonnestelsel en hun planeet waren zij daar ergens in die kolkende materie reeds aanwezig. Zonder er vooralsnog te zijn. Zonder dat er ook maar één bijbelwoord bedacht was. Zij herkenden zij dat zij in Wezen hetzelfde nastreefden. Dat zij de stukjes sterrenstof in elk wezen aan het samensmeden waren. Terwijl zij hun bewustzijn in toenemende mate met elkaar deelden kwamen zij tot een belangrijke conclusie. Of God nu wel of niet eerder bestond, ze waren Hem in ieder geval aan het maken. Althans, reëel genoeg om het ondenkbaar te achten dat zij dit nog zouden kunnen ontkennen.

Zij relativeerden hun hoogmoed en realiseerden zich dat zij leefden in een geworpen spel, dat hen -mits zij dit erkenden- tot God kon brengen. Ze ervaarden dit als hun opdracht. Deze boodschap werd het bevolkte heelal rondgezonden. Nog veel later, toen het aantal der jaren er niet meer toe deed, en het oude zonnestelsel al lang was verdwenen, werd het punt Omega genaderd. Het leven stapte de drempel over naar het AL. God was bijna gerealiseerd. Maar het had wel weer érg lang geduurd. En de prijs was schrikbarend hoog.

Toen God opnieuw God was geworden was Hij weer erg moe. Bovendien zat hij met de handen in het haar. Want vanaf dat moment kende en wist Hij ALLES, behalve hoe het nu verder moest.

Karel C

©2005 KC. 

bron: Planet Internet 
geplaatst met instemming van de auteur. 

Reakties aan de auteur: mail

back to HeXX-page