Zeelust 1, 

Er vloog een Vlaamsegaai van links naar rechts gedeeltelijk tussen, gedeeltelijk over de bomen. Ik was, grotendeels ontkleed, voor het raam gezet.
Aankomst over de smalle houten brug, gesloten hek. Me aangemeld en nadat het hek zich, van me af, ontsloten had, doorgereden over het grint. Twee auto's. Ik heb mijn ouwe trouwe lijkkie er, totaal misplaatst, naast gezet. Voel me onwerkelijk. Een hoveniersbedrijf is bezig (eum... :-)) Mannen in overalls op hun knieën. De deur gastvrij open, de Heer ontvangt. Ik ben er.
Wat een huis……. Groot, mooi, verzorgd, maar vooral een woonhuis. Geen lege kille kast. Kunst aan de muur, grote plavuizen, openhaard, kleden op de grond.
Hand in mijn haar, prettige dwang. 'ik ben zo bang!' geruststelling. Ik weet het ook wel: er zal niets gebeuren wat ik zelf niet wil, maar mijn 'nette meisje' speelt me parten.
Uitnodiging om verder te lopen. Wat een huis………. Telefoon en ik ben even alleen. Ik ga niet zitten, niemand die me daartoe heeft uitgenodigd. Ik loop langs de schilderijen. Kleine details. De plavuizen vind ik mooi, de haard, verse bloemen, grote ramen, ruime tuin….. waar ben ik beland?
De Heer is terug. We zoeken naar boeken en vinden het boek wat ik zo graag wil lezen. Ik word genodigd in de ligstoel plaats te nemen en te lezen als Hij nog een telefoontje pleegt verderop. Ik hoor Zijn stem maar versta het niet, het boeit me ook niet. Het boek boeit. Bekende namen en nu weet ik nog meer zeker: dit moet ik lezen. De stoel is comfortabel, ik krijg een glas vruchtensap bij zijn terugkomst en dan draait Hij de posities.
Slavinnen horen op de grond en Hij hoort in de stoel. Ik zak op mijn knieën voor hem en we praten. Over relaties, over verlangens, over diepe dingen. Ik jank. Geen verdriet, altijd emoties. Hand in mijn haar, hand over mijn schouders, mijn nek. Tastend en voelend. Persoonlijke vragen over en weer. Ik geef antwoord, Hij ook. Er is afstand en ook weer niet.
Op de vraag of Hij het akelig vindt als er meer relaties in mijn leven een rol spelen zegt Hij: daar zal je geen behoefte meer aan hebben. Het laat me glimlachen, de grenzeloze arrogantie maar ook….. is het hoop?
Het kleed en de stoel van de bibliotheek worden verwisseld voor het zachte rode tapijt van een slaapkamer. Hij zit op het bed, ik mag plaatsnemen, op mijn knieën, tussen zijn benen. Nog meer kunst, dit vind ik mooi. Er zijn veel poezen in huis. Hij pijnigt me, ontkleed me, laat me janken. In elkaar krimpen bij het kneuzen van mijn tepels, slaat mijn billen rood tot ik jankend kreunend naar adem snak, slaat me in mijn gezicht, laat me voorover bukken, slip naar beneden, naar het raam kruipen, waarvoor ik half naakt moet gaan staan.
Een Vlaamsegaai vliegt van links naar rechts gedeeltelijk tussen, gedeeltelijk over de bomen. Het bos. Niet veel verderop weet ik het bos van de zorginstelling, waar ik jaren geleden stage liep en met mezelf geen raad wist. Hoe ik uren in mijn pauzes alleen op een bankje kon zitten staren naar al die verschillende schakeringen groen van de magnifieke bomen aan de overkant van het gras. Nu sta ik hier, half naakt, kousen en laarzen nog aan, veel te grote 'zeeman'slip, voor het raam. Ik weet raad met mezelf nu. Ik heb gejankt, gekreund, genoten. Ik ben trots.

'Mail me als je thuis komt', was de opdracht, dat heb ik gedaan.

           

 

Zeelust 2, 

Mijn ontvangst is anders. Op mijn bellen ontsluit het hek zich zonder dat ik me woordelijk hoef te melden. De deur blijft dicht tot ik er daadwerkelijk voor sta. Er is niets te zien, geen mannen op hun knieën in de tuin deze keer, geen Heer die me welkom heet. Een klein raampje in de robuust houten deur, te klein om van buiten naar binnen te kijken, groot genoeg om van binnen naar buiten te kijken. Er is geen bel bij de deur zie ik en even vraag ik me af wat ik zou doen als er verder niets gebeurd. Gewoon maar netjes afwachten waarschijnlijk. Als de deur langzaam open gaat zie ik niets, alleen een lege hal, ik stap maar binnen. In twee seconden schieten allerlei scenario's door mijn hoofd en ik ben opgelucht als ik via de spiegel in de hal Meneer achter de deur zie staan. 'Spiegel' knikt hij als ik in zijn gezichtsveld kom en 'Hang je jas maar op'.

Ik ben prettig zenuwachtig gespannen. Mijn jas aan de kapstok. Een gewoon woonhuis, met jassen aan de kapstok en afgetrapte schoenen eronder. Een ongewoon, magnifiek, prachtig woonhuis, statig en oud, warm en indrukwekkend. De Heer des huizes is doorgelopen. Ik weet de weg nu, kijk in het voorbij lopen nog even in de spiegel, verhit gezicht. In de kamer zit Hij in een grote gemakkelijke stoel en ik raak zijn arm, in het voorbij lopen, aan. Warme stevige mannen arm. Ik blijf staan, totdat Hij me zegt, voor hem op de grond te gaan zitten. Schoenen uit en ik zak op mijn knieën. Of ik nog spannende dingen mee gemaakt heb de afgelopen week. Ik weet niet meer te verzinnen dan dat ik een gat in mijn kous heb opgelopen vandaag. Wat me een tweede les in 'kousen-kunde' oplevert: kousen koop je altijd met 2 paar tegelijk, want daar doe je 3 keer mee. Iets wat ik met mijn achtergrond toch zelf had moeten kunnen verzinnen. Mijn eerste les kreeg ik van mijn lieve maatje in de strijd: je hebt altijd een paar reserve kousen in je tas.
Ik mag heel dichtbij komen en word even warm gekoesterd. Diepe zucht. Ik moet, kan en mag bij mezelf komen. Zo fijn om dichtbij te zijn. Blouse mag uit, het is warm. Commentaar op mijn kleding. 'Het is fout. Het was zo makkelijk en toch is het fout!' Ik ben het met Meneer eens; strikt genomen het is fout. En fout is straf. En straf is pijn. En na de eerste slagen, volgende eerste kreten en dan de eerste tranen. En is er troost; lieve warme helende troost.
Er gaat kleding uit: hemd, b.h., rok. Ik zit half naakt met kousen en slip aan zijn voeten op de grond. We praten. Wat zijn mijn verlangens, ik kom er niet goed uit….
Buiten wilde eenden die eerst doodstil, en later bedelend om voer, tegen het raam staan.
….steeds weer springt mijn verstand op nul. Het irriteert me en ik wil er vanaf. Zelfs op de vraag of ik 'boeien' prettig vind heb ik ineens geen concreet antwoord. Waarom kan ik niet vertellen dat ik het verrukkelijk vind om geboeid te worden? Vastgelegd, immobiel gemaakt? Waarom kan ik niet vertellen over brede lerenpols- en enkel- boeien met een mooie zilveren ring, waarvan alleen de leergeur me al botergeil maakt?
Er zijn meer vragen en geruststellingen maar de klepjes 'raar', 'gek', 'mag niet', 'hoort niet' blijven irritant open en dichtvallen in mijn hersenen zonder dat ik er grip op krijg.

Of ik mezelf vaak klaarvinger. Daar heb ik wel een antwoord op. En vertel wat ik doe en hoe en hoe vaak. Ik krijg wat tips. Dan biedt Meneer iets te drinken aan. Onder het weglopen, om in te schenken, krijg ik de opdracht achterover op de grond te gaan liggen en mezelf te vingeren. Ik doe wat me gevraagd word, maar het voelt bizar.
Het is niet mijn resterende kleding, dat voelt lekker. Het is ook niet het idee dat ik bekeken zou kunnen worden door de grote ramen vanuit de enorme tuin, ook dat voelt lekker, vreemd maar lekker, ik voel me vrij. Het is toch de handeling. Ik raak mezelf wat aan, voelt wel warm maar niet meer. Meneer komt terug, een glas vruchtensap. In zijn stoel gezeten pelt hij iets en stopt het in mijn mond. Melkchocola. Een paaseitje, ik moet glimlachen.
Ik krijg opdracht mijn ogen dicht te doen, dicht te houden en mezelf klaar te vingeren, terwijl hij vanuit zijn stoel op me neerkijkt 'Niet gehoorzamen is straf'.
Ogen gesloten, mijn mond verwerkt een verrukkelijk zacht geworden melkchocolade paaseitje, mijn rechterhand vingert. En rijzweepje streelt en tikt aangenaam over mijn borsten en buik. Slaat, duwt tegen mijn kruis. Het wind me op. En min of meer tot mijn eigen verbazing word ik trefzeker naar klaarkomen gedreven. Hij wil me horen! En ik laat me horen, laat me gaan en kom ongegeneerd lekker klaar. 

We praten weer. Ik verwonder me. Hoe is het als je simpel weg 'altijd geld genoeg hebt'. Ik probeer een plaatje in mijn hoofd te vormen. En Meneer helpt; Hij laat mij meer van zijn huis en zijn verzameling zien. Wonderbaarlijk. Ik heb er weinig affectie mee, maar ik begrijp wel dat ik heel bijzondere dingen zie. Voel me bevoorrecht en vereerd, het maakt me blij. Het plotselinge besef, dat ik hier half naakt en uit reactie klappertandend, rondloop, doet me glimlachen. Ik verzamel mooie, dierbare herinneringen. De mooie, trotse dame in de hal, de dames in het raamkozijn, het verstopte kunstwerkje achter het gordijn. Er is zoveel moois. Wonderlijke wereld. 'Je bent een novice' zegt hij mij, daarom word ik met mildheid behandeld, ik ben Hem er dankbaar voor. 

Bij afscheid krijg ik twee opdrachten mee: iedere dag verplicht mezelf klaarvingeren, met de nadruk op vingeren. En 'waarom' is een vraag die een slavin niet past. En Meneer verwacht mijn verslag, zoals de vorige keer. 

Buiten een wilde eend met maar een gezonde poot. De andere hangt er, ooit gebroken, bij. Het beest komt van stand in vlucht….. als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

 

Lekzicht, 

Ik ken een lief sletje uit Vroomshoop
Die niet gaarne voor een Meneer kroop
Maar een ontmoeting in A'dam
Bij een zekere Claire van Dam
veranderde een hele hoop

Het was in die kroeg daar
een Heer van stand raakte de juiste snaar
haar 2 maatjes wisten het nog niet
maar toen ze de kroeg verliet
voelde ze zich binnenin al heel raar

Toen was er een dag
dat ze Hem wederom zag
de plaats noemde ze zeelust
en ze was zich heel bewust
toen ze halfnaakt aan Zijn voeten lag

dat noch de plaats, noch de tijd
maar juist haar innerlijke strijd
overwonnen moest worden
en al leken het onneembare horden
ze vond zichzelf, raakte een stukje kwijt

van een muurtje zorgvuldig opgetrokken
tegen pijn, tegen vallen , tegen brokken
daar omringd door pracht en praal
zich koesterend in Zijn taal
liet ze zich verlokken

Ze kroop, ze kroop voor Hem
voor zichzelf, geleid door Zijn stem
en daar voor een groot raam
zag ze zichzelf in alle naaktheid staan
mooi , begeerlijk voor Hem

Toen de poorten zich sloten
wist ze, ze had genoten
maar meer nog dan van de pijn
van het een beetje zichzelf kunnen zijn
en als een boom met jonge loten

zag haar maatje haar op die zondag
mooi, begeerlijk en met een lieve lach
Zijn naam uitgesproken
haar ogen schitterend ontloken
was wat haar vriendin zag

god geef Hem de macht
god geef haar de kracht
een liefde te beleven
die haar alles zal geven
waar ze onbewust zo naar smacht           e.

 

 

Zeelust 3, 

Mijn ontvangst lijkt op vorige week. De brug, het hek, de deur. Ontvangst in de hal. Ik ben, uiteraard, weer gespannen. Mijn plek is wederom op de grond en als eerste is er warm en dichtbij. Vasthouden en geruststelling. Praten over gebeurtenissen uit de afgelopen week en over de schoonheid van kunst. Mijn zelfstandige handelingen zijn meer beperkt. Bij het zoeken naar een boek dat vragen oproept, mag ik niet meer mee zoeken. Mijn plaats blijft op de grond voor de stoel. Mijn vruchtensap wordt me te drinken gegeven. Als het boek gevonden is leest Hij stukjes voor en blijft mijn vraag onbeantwoord. Het zal ongetwijfeld meer in de context zitten dan in de losse stukken. Waar zit mijn angst? Ik heb angst voor dwang. Daadwerkelijke dwang. Mijn vrijheid van gaan wordt bevestigd, deze vrijheid zal eenmalig zijn.
Zelfde kleding check als vorige week. Het is weer fout. En fout is straf en straf is pijn. Pijn is gekreun, gekerm en tranen. Tranen is altijd weer troost. Dichtbij, warm, koestering. Ik snik hete tranen, pijn en emoties. Blouse open, borsten uit mijn bh. Het ziet er merkwaardig uit maar het voelt lekker. Ik krijg nog wat koel vruchtensap, ook lekker.
Of ik me aan mijn opdracht gehouden heb. Dat heb ik. Iedere dag heb ik mezelf netjes naar voorschrift minimaal eenmaal klaar gevingerd. Hij is tevreden en de opdracht wordt gewijzigd naar minimaal tweemaal per dag, waarvan eenmaal op mijn werk.
'Waarom' is een vraag die een slavin niet past maar een indicatie van het antwoord op het waarom volgt later: er zal mij iets teruggeven worden wat ik ben kwijtgeraakt.
Als laatste handeling, voordat ik mee mag naar boven, is een kennismaking met een riet. Ik krijg drie slagen: pijnlijk. Vijftig voor een volwaardig slavin? Onbereikbaar.

Een ijsvogeltje, dood en star, onder een glazenstolp. Prachtig beweeglijk vliegensvlug sierlijk vogeltje, met zijn metallic ijsblauwe flanken oplichtend in de zon. Ik zie haar, in gedachte, over de slotgracht scheren opzoek naar insecten en anders lekkers. Dood, toen leeggehaald, weer volgestopt, opgezet, nu rest haar nog een glazenstolpje als woning.

Eenmaal boven gaat mijn blouse en rok uit. Mijn ogen worden geblinddoekt, mijn armen omhoog, mijn handen in mijn nek en is er alleen nog maar geluid. Loopgeluid, aanraakgevoel, nog meer loopgeluid. Uitkleedgeluiden en als ik gevraagd word dichterbij te komen, stapje voor stapje, blind richting stem, voel ik alleen nog maar blote huid.. Warme strelende handen. Ik mag gaan liggen. Woorden, eisen, dwingende stem. Slaan, spugen, speeksel. Als ik lach, wordt ik afgestraft: ik huil. Dwingende stem, warme geile handen en handelingen.
Dan mag ik doen: proeven, aanraken, strelen, likken, zuigen.
Hij vraagt me wat ik wil. Ik? ik duik en vlucht met woorden…...
En ik? Ik heb zo'n angst voor afwijzing….
Ik heb weer mijn, alles vernietigende, oude angst om weer te horen dat het 'niet goed is', dat ik 'het fout doe', dat ik alleen gelaten wordt. Koud, kil en zo verpletterend eenzaam zonder alleen te zijn.
Hij zegt me 'mijn muur te laten vallen' en ik besef en zeg wat ik wil:
"Ik wil je pik in mijn kut".
Geneukt worden door Hem. En dat is wat Hij doet.

Hij loopt weg, ik hoor water. Ik lig onbewegelijk, kan nog steeds niet zien. Telefoon, gesprek, woorden. Ik luister en lig onbewegelijk. Aankleedgeluiden, gesprek, woorden. Warme hand op mijn dij, streling: welkome warme streling.
Of ik me wil opfrissen. Dat wil ik. Droombadkamer, alles erop en eraan. Grote witte badlakens. Raam op de tuin. Bad, bidet, wastafels, grote spiegels.

Ik raap mezelf wat bij elkaar, warm water, fris me op, kleed me aan.
Hij vertelt over het telefoongesprek en wat er die middag gebeurd is. Ik voel me wat onwerkelijk. Waarom was hij hier, als dat speelde? Beneden drinken we onze vruchtensap en we vertrekken ieder onze eigenkant op.
Ik voel me gekneusd en lekker. Dodelijk vermoeid en tevreden. Ik zing in de auto en val bijna in slaap. Voel me goed en afschuwelijk.
Thuis vind ik mijn zo verfoeide kenmerken. Die wil ik niet, de rest wel…….

 

 

Zeelust 4,

Mijn ontvangst begint een ritueel te worden: brug, bel, hek, erf, deur, hal, vuist, jas ophangen. Als altijd gespannen en onrustiger als voorgaande keren. Ik moet naar de wc., ik twijfel: direct gaan of eerst naar binnenlopen. Ik besluit tot het laatste. Ik mag niet, als ik zeg dat ik 'moet'. Een glas cassis, groot en koud. Tuinmannen werken in de tuin, het is lekker fris regenachtig buiten. Mijn plek is deze keer in de zijkamer met de boeken, op mijn knieën, kop op de grond. Op mijn kleding geen aanmerkingen, het is mijn 'ongehoorzaamheid' van deze dag, die me straf oplevert, ik heb me niet strikt aan Zijn opdracht gehouden.
Straf is pijn en pijn is tranen. Ik word op de grond alleen achter gelaten en voel eenzaam, klein en heel verdrietig. Al mijn onzekerheid van de afgelopen week balt in me samen.

Wat doe ik hier? En ik weet heel zeker: ik kom niet meer terug. Maar...... waarom ga ik dan niet NU weg? Als ik zo zeker weet dat ik 'nooit meer terug zal komen', dan kan ik net zo goed NU weggaan! Waarom, waarom, waarom doe ik dat dan niet?

Papier geritsel, telefoon, gesprek. Ik probeer de chaos in mijn brein te ordenen. Tevergeefs. Hij is terug en ik ben 'weg'. Ga maar naar de wc klinkt het. Ik sta op zonder op te kijken, zet mijn drinken op het tafeltje en ga naar het toilet, automatische handelingen, nauwgezet en precies zoals het hoort. Handen wassen. Ik voel me verdoofd. In de hal wordt ik naar boven verwezen. Trap op, Hij loopt achter me aan. Mijn plaatst op de grond tussen zijn benen. 'Knieën van elkaar, slavinnen sluiten nooit hun benen'. Ik gehoorzaam automatisch. Er volgt weer straf. En dan breek ik: dit kan ik niet, dit is niet wat ik mezelf wens, ik ben zo alleen en verdrietig. Ook als Hij me zijn verrukkelijke troost biedt, kan hij me niet bereiken, ik ben alleen en stuk en …… ik praat, dat ik zijn slavin niet kan zijn, dat ik dacht van wel, maar dat ik het toch niet kan, dat het niet voor mij is. En Hij luistert en biedt mij zijn zakdoek, schoon en keurig gevouwen, bruin en zacht, troost. En hij luistert, als ik worstelend, in mijn eigen gedachten en emoties, enige duidelijkheid tracht te scheppen. Mijn blauwe plekken zitten me zo dwars, die wil ik niet. Hij luistert, vraagt me wat ik wel wil. En als hij als veronderstelt dat ik inderdaad geen slavin wens te zijn, weet ik ineens heel zeker dat hij dat helemaal fout zegt.
Zijn zakdoek, mijn troost. Ik lach om mezelf en vraag om een herkansing.

Ik kruip opgelucht dichtbij hem en Hij bijt venijnig in mijn oor.
'Auw!' 'Een goede slavin biedt onmiddellijk haar andere oor' en twijfelend blij lachend bied ik mijn andere oor 'auw!'.
Ik word geblinddoekt en door Hem tot een snerpende geilheid opgedreven en daar gehouden. 'slavinnen moeten altijd toestemming vragen om klaar te mogen komen'. Maar ik wil het helemaal niet vragen want ik wil helemaal niet komen nog…. En als ik het dan uiteindelijk vraag, omdat ik ondanks mezelf wil, moet ik breed lachen om het bijna verontwaardigde "NEE!".
Goddank….. laat me nog hier, op de toppen van mijn voelen.
Opgelucht: ik mag nog zo blijven.
Mijn armen zijn geboeid op mijn rug, mijn borsten afgebonden, klemmen op mijn tepels en schaamlippen. Zijn zakdoek in mijn hand. Ik voel, ik leef, ik beleef, hijgend en kreunend, ik word aangeraakt, betast, geliefkoosd. Hier wil ik zijn ja, zo graag, zo graag….

Honger. Wat wil je eten? Waar kan ik uit kiezen? Dus geef ik aan wat ik niet eet. Wat ik niet drink? Ik drink alles, alleen van 'gin' weet ik het niet zeker of ik dat ooit geprobeerd heb. Opgefrist en naar Zijn regels gekleed mag ik mee. Mijn kleding krijgt prioriteit, dat moet anders. In het restaurant voel ik me ongemakkelijk. Maar ik geniet, inwendig lachend om die man, aan die andere tafel, die niet weet waar hij kijken moet als ik langs loop. Ik voel me hekserig lekker: kijk het mooie er maar niet vanaf sukkel.
Ik krijg uitzicht over het water. Het is nog steeds verrukkelijk regenachtig en het waait stevig. Ik hou van dit weer, zoals ik feitelijk van al het weer hou. We eten en praten, Zijn zakdoek soms even op mijn schoot, maar als het kan in mijn hand. Er is verrukkelijke wijn. Ik eet lekkere, minder, bekende dingen en we praten, soms niets en soms ineens diep.

Terug gaat het hard. Letterlijk. Ik geniet. Ik hou blijkbaar erg van hard? Het is een lekker gevoel in mijn lijf. Achtbanen gaan hard, dit gaat ook hard. Het geeft een besef van grenzen: als je hard gaat, ga je ook hard stuk. Het is lekker. De muziek is dromerig, ik ben dromerig. Voel me goed, verrukkelijk, levend. Als dit het is, is dit het. Ik ben er blij, gelukkig en tevreden mee. Eenmaal terug grijpt Hij mijn supergevoelige tepels, in een reflex grijp ik zijn hand. Er volgt een klinkende slag in mijn gezicht. 
Tranen en 'dank je wel'.
Ik pak zijn hand en duw mijn troost, Zijn zakdoek, erin: dank je wel!
En ik weet, dat als ik welkom ben, ik zeker terug zal komen. 
Graag zelfs.

 

 

Nachtmerrie ..........of geile fantasie,

Ik vind mezelf terug op de grond. Knieën van elkaar, mijn kop ertussen. Mijn voorhoofd op het kleed. Ik voel niets, ik denk niets, ik ben niets. Ik mag blij zijn dat dit kleed mijn aanwezigheid verdragen kan. Anders waren er niets, dan de koude grote plavuizen. Lange tijd gebeurt er ook niets. Geen geluid, geen beweging, niets. Toch weet ik, dat ik niet alleen ben hier. Ik sluit me af. Als niemand me wil, als niemand mijn aanwezigheid verdragen kan, dan ben ik er ook niet. Oud mechanisme van zelfbescherming treedt inwerking. Niets of niemand kan me raken. Ik ben onverschillig en ervaar ook geen lichamelijke ongemakken.

De Meester komt terug lopen. Zet zijn voet vlak naast mijn hoofd. Minachting voor wat ik ben. Minachting voor wie ik ben. Minachting voor mijn slaafse houding. Minachting voor mijn zijn. 'Sta op'. Ik reageer direct en sta op. Het is me niet toegestaan Hem in de ogen te kijken. Dus staar ik naar mijn blote roodgelakte tenen.
'Jij kent je plaats niet slavin, dus ga ik je die nu tonen'.
Het is me niet toegestaan te spreken, dus knik ik slechts.

'Draai je om en kijk naar de deur'
Ik keer me en richt mijn ogen op de deur aan de andere kant van het vertrek. Ik sta recht, gevoelloos en leeg in mijn jurkje op mijn blote voeten in het grote kille vertrek. De Meester staat achter mij, ik voel en hoor zijn aanwezigheid.
De deur gaat open en de Meester praat: 'je gaat nu kennismaken met alle slavinnen in opleiding die ik hier verzameld heb' In een rij komen de slavinnen naar binnen lopen. Nieuwsgierig kwaadaardig gluren ze naar mij. Kijken, beoordelen, wikken, wegen. Ik zie hun ogen gaan. Ze praten niet, reageren niet, ze kijken alleen maar. De Meester noemt hun namen of nummer in volgorde van binnenkomst. Ik kijk naar de vrouwen die binnen komen; ze zeggen me niets, ik voel niets, geen afkeer, geen sympathie.
De meester blinddoekt me, trekt mijn jurkje uit, boeit mijn polsen strak tegen elkaar en zet me met mijn handen boven mijn hoofd vast aan een ketting aan het plafond.

'Slavinnen….. ze is van jullie' is het enige wat ik nog hoor, voordat ik door handen, monden, tanden, voeten, klemmen, zwepen, betast, aangeraakt, gepijnigd wordt. Het gaat hard. Veel te hard. Ik weet dat ik er straks uit zal zien als een bokser, na een verloren bokswedstrijd. De Meester geeft aanwijzingen en opmerkingen, spoort zijn slavinnen aan. Geen plek aan mijn lijf blijft onaangeraakt, onbetast of gaaf. Als ik kreun, of verschrikt gil, is dat aanleiding om me nog harder aan te pakken. Mij te bespotten en uit te lachen. Dan geeft Hij opdracht door te slaan tot er bloed te zien is. Daarna geeft Hij zijn slavinnen opdracht te stoppen.
Ik ben kapot, gebroken, fysiek en mentaal. Alles doet me zeer.
De Meester maakt me los, neemt mijn blinddoek af en spuugt me in mijn gezicht. Heb je nu begrepen,  wat je plaats is? Ik staar met gebogen hoofd naar mijn blote roodgelakte tenen. Ik knik. Ik heb begrepen wat mijn plaats is ja. Strompelend keer ik terug naar het kamertje met het matras.

Daar word ik wakker, badend in het zweet, door een koele hand op mijn voorhoofd. Bezorgde ogen kijken in de mijne 'gaat het wel, je ging te keer of je geslacht werd'. Ik mompel iets over een nachtmerrie en ben nog niet goed wakker als de vriendelijke stem me geruststellend laat weten 'ah, meid, kom op, de meeste dromen zijn bedrog!' waarna er dwingend wordt verder gepraat: 'je moet opschieten, de Meester gaat je zo voorstellen aan de andere slavinnen in opleiding….'

 

 

Zeelust 5,

Mijn ontvangst is hartelijk, als de deur open zwaait wordt ik warm begroet. Jas aan de kapstok, m'n tas zet ik eronder. We lopen door naar de kamer.
Buiten op het terras de koppel eenden, wachtend op eten.
Ik mag direct dichtbij en warm. Het is fijn om daar te zijn. Het was langgeleden en het voelt goed. Hij in zijn grote stoel, Ik, schoenen uit, op mijn knieën tussen zijn benen. Warm vasthouden, lijf, lijf. Zijn hand streelt mijn hoofd, grijpen mijn haren, houden me strak. Duim over mijn mond, duwt mijn lippen van elkaar als in een onuitgesproken boodschap: niet meer sluiten. Benen moeten wijd, knieën uit elkaar. Bovenste knopen van mijn bloesje los, borsten eruit. Vingers bewerken mijn tepels.
Mijn tong likt zijn hand, mijn lippen zoeken zijn duim, mijn mond zuigt en bijt hem zachtjes. Kleine neuk bewegingen. Veel speeksel, zuigen, laten glijden. Lekker spelletje. Hij laat me begaan. Streelt, houdt vast. Of ik me aan mijn opdracht houdt. Ja, ik vinger mezelf tweemaal daags, ook op mijn werk. Met klemmen? Nee zonder klemmen op mijn werk.
Mijn mond zuigt zijn duim, hard-zacht, in-uit. 'Zonder klemmen……..!!!' klinkt het zacht verwijtend. 'Keer je maar even'.
Mijn gezicht naar de bank, mijn handen erop. Ik verwacht tuchtiging, en ga op mijn knieën.
'Wie zei op je knieën?' Ik kom omhoog en ga voorover gebogen staan. Ik hoor een rits, mijn rokje wordt omhoog geslagen, mijn slip naar beneden. Hij penetreert me hard, vol en heftig. Duwt zijn pik diep in mijn warme geile natte kut. Ik kreun. Hij neukt me, lang en diep, snel en ondiep, slaat mijn billen, grijpt mijn heupen trekt me over hem heen, duwt me weg, en neukt en neukt en neukt. Ik geniet kreunend en hijgend van deze ultiem geile actie. Trillende benen, kwijlende mond, ik duw mijn kut naar hem toe, zodat hij me dieper en harder raken kan… Voel zijn eikel mijn kut bijna uitglijden en in en uit en in en uit. Dan weer een klinkende slag, gevolgd door een diepe kreun…… mijn god, wat is dit geil…

Genoeg. Hij trekt zich terug, gaat in zijn stoel zitten en ik mag zijn prachtig stijve harde pik schoonlikken. Ik zak op mijn knieën tussen zijn benen en kwijt me met overgave aan mijn taak. Ik proef mezelf en hem. Laat zijn pik diep in mijn mond glijden. Zuig en lik, om zijn eikel. Hij duwt mijn hoofd dieper dan diep over zijn pik. Ik kok. Ik wil niet kokken, ik weet als ik ontspan en slik kan het veel dieper en hoef ik niet te kokken. Ik krijg even tijd en ruimte om te proberen. Neem hem zo diep mogelijk in mijn mond en keel. Genietend van een sporadische merkbare reactie, ga ik door. Tot hij bepaalt dat het genoeg geweest is. Met spijt zie ik zijn prachtige erectie in zijn slip en achter zijn rits verdwijnen.

We gaan je borsten eens mooi opbinden. Er komen stukken touw en mijn borsten worden strak opgebonden. Twee grotesk vooruit staande harde stijve super gevoelige borsten zijn het blauw kloppende resultaat. Hij vindt het mooi. Ik vind het gevoel van mijn handen op 'zijn' borsten, niets is meer van mij, lekker. Het opgebonden gevoel is vreemd, het zicht is bizar.
Mijn bloesje wordt erover terug gedaan en hij zegt; 'en nu zo naar een restaurant'. Ik slik. Er slaat een bres in mijn emoties, onrust…..

Een van de eenden duurt het te lang. Rammelend timmert hij met zijn snavel tegen de openslaande tuindeuren.

Hij doet mijn rokje uit. Daar sta ik, kousen benen, bloesje, groteske boezem waar ik zelf niet meer omheen kan kijken. Met onrust in mijn hersenen. Hij loopt weg. Ik hoor het, inmiddels bekende, geluid van het uitschuivende rubberen rijzweepje. Heftige onrust in mijn hoofd. Het begint paniekerig te zingen in mijn brein: "alsjeblieft sla me niet blauw, alsjeblieft sla me niet blauw, alsjeblieft sla me niet blauw". De eerste slag is raak. Exact ter hoogte van een van mijn vorige blauwe plekken. De tweede treft doel. Mijn paniek is volledig. Ik steek mijn hand ervoor en een slag raakt mijn arm. 'HANDEN WEG!' grauwt hij, 'ik wil niet blauw!' jank ik klagerig, ik huil en ben totaal bang en al mijn vertrouwen kwijt….

Het is over.
Hij gaat weer voor me op zijn stoel zitten. Hij stopt, zegt hij.
Ik ben totaal de kluts kwijt nu. Hij stopt…….? Ik begrijp er niets van. Okay, hij stopt……
Maar waarom? En hoezo? En……..
'ik vertrouw je' zeg ik hem. 'Nee, dat doe je niet' zegt hij.

Hij maakt mijn borsten los. Trekt mij mijn blouse weer aan en doet mijn rokje om. Kom bij me zegt hij. En ik kruip warm tegen hem aan. Streel zijn warme lijf, zijn tepels raak ik aan.
Ik zal je gaan missen zeg ik hem. Jou en wat je met me doet, ga ik heel erg missen. Hij streelt me, houdt me dichtbij.

Of ik honger heb. HONGER? Honger……..? ik heb geen honger! Ik heb geen honger als er over afscheid gepraat wordt. Vaag herinner ik me, dat ik met mezelf had afgesproken, dat ik oesters en kreeft ging bestellen als Hij het zou vragen. Maar dat grapje lijkt nu totaal ongepast en ik ben zo in de war….. Wat ik wil, vraagt Hij. Vraag mij onder deze omstandigheden niet wat ik wil. Ik wil nu niets. Ik weet niets, ik ben niets, ik wil niets. Ik wil alleen zijn. Ik zeg dat, dat is wat ik straks ga doen. Ik ga even alleen zijn. Ik ben zo in de war.

Het tij keert.
'Ga staan en keer je om' ik doe als gevraagd, hij doet mijn rok omhoog, mijn slip omlaag en inspecteert mijn billen. 'Niets te zien' meldt hij en kust de plekken. Ik glimlach.
'Vinger jezelf' is de volgende opdracht. Ik ga voor hem staan, gespreide benen, en vinger mezelf. Hij geeft me geen enkele ruimte meer. Ik moet mezelf vingeren, mezelf laten gaan, klaarkomen, spuiten…………….. Hij eist, dwingt, duwt, perst, keer op keer op keer. En ik volg hem. Tot mijn stomme verbazing, dwars door mezelf heen. Ik kan het. Als hij zegt; 'spuiten nu!' Dan kan ik dat. Als hij zegt: 'klaarkomen nu!' Dan kan ik dat. Keer op, keer op, keer op, keer……… Ene geile dwingende geile heftige roes van orgasmen of bijna orgasmen. Er is geen stoppen bij, voorover, achterover, zijn handen, mijn handen, mijn vocht dat letterlijk langs mijn benen naar beneden stroomt. Als hij beveelt: spuiten! Dan spuit ik. Ik pers het uit me vandaan. Het tapijt onder mijn kont sopt, mijn kousen soppen, ik sop en er is meer en meer en meer….
Hij duwt me achterover op de grond, hij neukt me vol met zijn hand, duim op mijn clit en dan kom ik klaar. Ik weet niet of ik luidruchtig ben, ik ervaar mezelf niet meer als alleen wanneer ik klaarkom en zijn dwingende EIS om te spuiten hoor….. en dan moet ik vreselijk plassen: 'ik moet zo piesen!' Hij grijpt mijn bij de hand, dirigeerde me via de openslaande kamertuindeuren het terras op. 'Piesen maar!'
'Hier???'
'Ja hier, nee niet door je knieën zakken, gewoon staan, dan kan ik het goed zien!'
Benen wijd, rok omhoog en piesen, het koste me even moeite maar dan plas ik, het klettert op het terras, tegen mijn kousenbenen, mooie stroom over de tegels....... en hij kijkt toe.

Terug in de kamer, duwt hij me op mijn knieën op de grond, zijn been vlak bij mijn hoofd. Ik streel als een kat zijn been. Kopjes geven. Dan zegt hij: 'hier, opstaan, schoenen aan'.
We lopen naar de gang, de trotse dame kijkt me na. Hij biedt mij mijn jas. Hij geeft me een week de tijd om te bedenken wat ik wil. Ik knik. Bedank hem voor alles.
'Rij voorzichtig' zegt hij zacht dwingend.
Ik knik, kijk bij het weglopen naar het zwanenbankje.
Bij het wegrijden kijk ik nog een keer om naar Hem op de stoep, van zijn magnifieke warme huis……kort handgebaar ten afscheid.

kitten.

 

     


 

 

 

back to HeXX-page