Taart

Wat vertwijfelt sta je midden in de keuken, alles ligt klaar. Ingrediënten gekocht en uitgestalt op de tafel. Voor de gelegenheid heb je, je in je officiële "pak" gestoken. Het ziet er erg ‘echt’ uit zo, vind ik. Je hebt de hele dag er voor uitgetrokken en ik kijk naar je. Bakkie koffie erbij, jouw drinken staat tussen de nog niet verwerkte goederen, de mijne naast me op de raampost. Ik heb een boek onder hand bereik en zit op een keukenstoel, benen onder me gevouwen.

Ik heb geen idee waar je beginnen gaat en als ik zo naar je kijk, heb ik de indruk dat je het zelf ook even niet weet. Ik zeg maar niks. Soms zijn alle woorden te veel. Als jij het even niet weet, helpt het niet als ik begin te praten. Ik pak mijn boek en probeer wat te lezen. Dat verandert al snel in: doe ik net alsof ik lees. Want zodra ik de indruk wek niet meer op jou te letten, ga je heel tref zeker aan de gang.

Pakken gaan open, weegschaal erbij, oven voor verwarmen….. Ineens gebeurt er van alles. Ik gluur over mijn boek heen naar je handen. Mooie, lieve, warme, dierbare handen. Ongetwijfeld ook: sterke, krachtige handen maar ik kan me niet herinneren dat ooit ervaren te hebben. Zachte, warme handen voor mij. Liefkozende handen. Lekker smakende handen. Ik ken ze, die handen. Ze pakken, kloppen, je zet ze ff in je zij. Eentje gaat naar je slaap, kriebeltje aan je hoofd. Je gezicht staat ernstig en geconcentreerd. Dat gezicht ken ik ook. Het is zacht en warm. Het voelt lekker, ik zit er graag aan. Warme zachte oorlelletjes, warme zachte nek. Beetje in je haren kriebelen. Het voelt lekker, het proeft lekker.

Ineens, onverwacht, kijk je me aan: shit, je hebt me betrapt.
Je lacht een blije, blije lach en geeft me een knipoog. Ik gloei en lach maar terug.
“Je gluurt” klinkt het quasi beschuldigend.
“Jah….” reageer ik.

Je bent alweer geconcentreerd en draait je om. De oven maakt herrie, de mixer draait, Blof zit in de wisselaar maar die is nu niet meer te horen. Ik stap van mijn stoel af, balanceer door de keuken en schenk ons nog wat warms te drinken in. Koekies doen we niet aan. Ik instaleer me weer op mijn stoel en pak mijn boek. Het kan me even boeien nu. Een paar bladzijden later kijk ik op. De keuken is een waar slagveld geworden. Overal staat van alles en ik zie nog geen vorm terugkomen die op het eindresultaat gaat lijken.
“Gaattie?”
“Ja” klinkt het monter en je draait je even om. 
Het slagveld heeft jou ook getroffen. Waarschijnlijk heb je met een bloemhand aan je neus gekriebeld of zo; je bent wit. Ik moet erom lachen. 
“Tis er?”
“Ah…niets, bloem aan je neus”
“Oh” fluitend ga je verder. Ik besta niet meer. Bevalt me wel, kan ik rustig even naar je kijken.
Koelkast open, koelkast dicht. De chaos lijkt alleen maar te groeien. 
“Moet ik helpen?”
“Alsjeblieft niet!” Ah, dat is klare taal. 
Ik lach. Ik zou ook niet geweten hebben wat ik voor je zou kunnen betekenen, maar goed, mijn beleefdheid liet me dat ineens vragen. De mixer is weer stil, De Kast is nu hoorbaar en tevreden duik ik weer in mijn boek.
‘Blindelings….neuriën we allebei ‘als een vogel op de wind……’

Hoofdstuk later. Het begint erg, erg, erg lekker te ruiken ondertussen. De chaos is, zo mogelijk, nog groter. Ik zie je geconcentreerd met hele kleine frummel dingetjes in de weer. Garnering vermoed ik. Alles gaat op een schaal en in de koelkast.
“Ik ga wat anders drinken, jij ook wat?”
“Graag!” klinkt het dorstig. 
Ik haal, heel voorzichtig, twee biertjes uit de koelkast en schenk ze in. Ik zet hem onderhand bereik. Terug op mijn stoel. Mijn boek laat ik dicht. Ik kijk naar je en laat mijn gedachten lekker soezen.

Er staat een grote kom slagroom, goed stijf geslagen klaar. Ik begrijp het nut niet zo goed, die taart is voor overmorgen, wat moet je nu al met die slagroom? Maar ala, jij weet het, ik niet. Ik prijs ons even gelukkig met de aanwezige afwasmachine. Stiekem gluur ik weer naar je, je doet druk, maar je bent niet meer druk. Jij gluurt ook en nu heb ik jou betrapt. 

“Gottah!” stap van mijn stoel en lachend loop ik op je toe.
De tafel is zo goed als leeg nu, hij is erg rommelig met allerlei zoete etenswaren restanten. Ik schuif het een en ander aan de kant en ga ertussen zitten.
“Goed op schema?”
“Reken maar!, morgen afmaken, kan ik hem overmorgen vroeg wegbrengen”
"Oke, dat is mooi".
Ik pak je bij je jas en trek je naar me toe. Ik laat mijn handen eronder; dacht ik al, geen T-shirt. Lekker bloot lijf onder je jas. Je staat tussen mijn benen, slaat je armen om me heen en we houden elkaar even vast zo.
Ik kijk de keuken rond en moet lachen: “wat een ongelooflijke tering bende”
“Kan het je iets schelen?”
“Neh”
“Mooi, mij ook niet, wat doe je?”
Ik maak je knopen los en leg mijn wang tegen je blote buik en borst. Mijn handen kriebelen en strelen over je rug en pakken je billen. Ik trek je naar me toe. Je tilt mijn hoofd op en zoent me warm op mijn mond. Genietend doe ik mijn ogen dicht. Ik weet het; ik heb weer te veel kleren aan naar jou zin. Je trekt onder mijn trui mijn T-shirt uit mijn broek. Blote handen op mijn blote rug, strelen. We zoenen door, tongen die elkaar raken en aftasten. Warm en vertrouwd. Maar ook liefde- en passievol. VanDikHout heeft De Kast vervangen en ik trek mijn trui en T-shirt uit. En kruip weer lekker tegen je aan.

“Waar is die slagroom voor?”
“Wat denk je?”
“Om op te eten?”
“Bijna helemaal goed”
“Akelige vent, wáár is die slagroom voor!”
Je stopt je hand in de kom en neemt een enorme schep van het zoete, witte, zacht-romige spul en smeert dat met een jongensachtige grijns uit over je borst. Ik kijk je toch wat verbijsterd aan. 
Oh, staan de zaken er zó voor.
“En nu?”
“Aflikken!” is het bevel.

Ineens moet ik er vreselijk om lachen. Het is geen gezicht: bloot vel, witte jas, bloem aan je gezicht en je hebt een soort slagroom B.H. gecreëerd.
Aflikken was de boodschap. Nou daar heb ik geen hekel aan. Niet aan dat eten en ook niet aan de ondergrond. Ik lik de grootste klodders slagroom weg, je pakt mijn hoofd en duwt mijn gezicht er, gniffelend, in. Dit is goed! Ik trek je dicht naar me toe en lik traag met lange halen over je borst. Ik vermijd je tepels nog even. Die wil ik voor het laatste bewaren. Het is zoet en zout en proeft naar jou en naar slagroom. Langzaam werk ik me door de romige witte brij heen.
Het is raar en het is opwindend. Jij kijkt. Ik moet er ook niet uitzien. Er zit slagroom op mijn wangen, voorhoofd en in mijn haren. Je streelt mijn rug en maakt mijn bh los. Heel precies lik ik alles weg. Je doet mijn bh uit. Als toetje voor mezelf: eerst je linker en daarna je rechter tepel. Jammie, ze reageren en dat maakt me nog warmer.
“Zo, klaar!” zeg ik tevreden met mezelf.
En ik kijk je afwachtend aan: wat is de volgende actie?
“Jou beurt” je duwt me achterover op de tafel, mijn hoofd in de restanten marsepein, bloem en boter. De tafel is koud en voor ik me goed realiseer wat je van plan bent, smeer je met grote zachte handen flinke hoeveelheden koude slagroom over mijn buik en borsten.
“Koud!”
“Wacht maar, straks niet meer”
Je staat tussen mijn benen, en buig je voorover. Zelfs mijn schouders smeer je in. Het smeren op zich is al lekker. Glad voelt het over mijn borsten. De kou, of is het opwinding,  laat mijn tepels stijf worden. Ik doe mijn ogen dicht. Ik voel je staan, tussen mijn benen. Ik voel je handen over mijn lijf en dan voel ik je tong. Je begint bij mijn navel en dan omhoog. Jij werkt minder secuur en meer doelgericht. Je slaat hele stukken over en werkt snel naar mijn borsten toe. Lekker, lekker, lekker is dit. Ik geniet. Heel precies, lik je, alles van mijn borsten af. Heel precies lik je mijn tepels en zuig je er aan. Ik streel je hoofd en je nek, kriebel door je haren en hoop dat je nooit zult ophouden.
“Je bent weer schoon, jij mag weer!”

Ik mag weer, ik kijk naar de slagroom kom en zie dat driekwart vertrokken is. Ik mag creatief zijn, waar zal ik het smeren. Ik ga weer overeind zitten en maak de knoop van je broek los. Ik voel in je broek over je slip. Je bent opgewonden en het voelt lekker. Ik trek je hoofd naar me toe en we zoenen weer even.

Mijn hand laat ik in je slip glijden en voel je blote stijve warm en lekker. Even speel ik ermee, dan pak ik, de kom met het slagroom restant en laat alles snel in je slip glijden. Het elastiek laat ik prettig tegen je buik aan terug schieten en kijk naar het effect.
Verschrikt trek je je buik in: “koud!”
“hehehe, wacht maar, straks niet meer”.

Ik zie je slip nat worden, de slagroom begint te lopen. Het komt aan weerszijden, in stralen, langs je benen naar beneden sijpelen. Een deel is door de klap omhoog gespat en zit nu tegen je buik.
“Wow” verzucht ik zachtjes en lik de spetters op je buik weg. Mijn rechterhand wrijft over je slip. Koud of niet koud het is niet van invloed op je opgewonden staat. Je duwt naar voren tegen mijn hand aan. Er loopt nog meer room langs je benen. Tevreden en nieuwsgierig gluur ik in je onderbroek. Het ziet er lekker uit.
Aflikken was de opdracht eerder, dat zal nu ook nog wel de bedoeling zijn. Ik wrijf nog een keer stevig over je slip en dan doe ik hem naar beneden. Langzaam lik ik, van laag beneden, naar boven. Geen millimetertje sla ik over. Het ruikt en proeft heel speciaal. Als ik je warm in mijn mond neem, begin je traag en lief mijn hoofd te strelen. Het is slagroom en jou wat ik proef en ruik. Ik hoor je opgewonden ademhalen en het raakt me diep in mijn buik.
Mijn handen strelen en kneden, mijn mond verwijdert alle zoetigheid tot ik voel en hoor hoe je jezelf laat gaan. Je komt, schokkend en hartstochtelijk kreunend, in mijn mond klaar. Mijn tong likt en ik hou me verder heel stil. Je handen strelen me nog even, we zoenen lang en warm.
En dan zeg je: “kom, we gaan douchen t’is weer jou beurt”.

  
De illustraties zijn taarten, u kunt ze via deze link bestellen: TAART

Stuur de_HeXX uw reaktie: She likessssssssssssss it! ...... a lot!

back to HeXX-page

©2003 de_HeXX